Zo maak je AI-beleid in het onderwijs
Zo maak je AI-beleid in het onderwijs. We bespreken wat de wet verplicht, wat je vandaag al kunt beslissen en wat meer tijd kost omdat het vraagt om gedragsverandering.

Trainer / AI specialist

AI specialist / trainer / developer
TLDR
- Elke school heeft AI-beleid nodig, ook een school die bewust weinig met AI wil doen.
- Beleid maken is samen leren beslissen over AI, want je zult geregeld keuzes moeten maken.
- Een AI-beleid bouw je op in drie verschillende stadia: wat de wet vraagt, wat je vandaag zelf kunt beslissen aan de hand van de schoolvisie, en waar je meer tijd voor nodig hebt om te zorgen dat het beleid terugkomt in het dagelijks handelen van collega’s of het curriculum.
Waarom je AI-beleid nodig hebt
Op de meeste scholen wordt AI al gebruikt voordat er beleid ligt. Leraren experimenteren met AI voor lesvoorbereiding en nakijken, leerlingen gebruiken het voor het maken van huiswerkopdrachten. In de helft van de scholen en besturen ontbreekt AI-beleid nog, en slechts een klein deel heeft richtlijnen voor AI-gebruik opgesteld (Monitor Digitalisering Onderwijs 2025; Kennisnet, PO-Raad & VO-raad, 2025). Zolang afspraken ontbreken, maken medewerkers hun eigen afwegingen en bepaalt willekeur wat leerlingen en studenten over AI meekrijgen.
Er zijn vier redenen om werk te maken van AI-beleid. Ten eerste is een deel van je beleid inmiddels verplicht. De AI-verordening vraagt dat je de ontwikkeling van AI-geletterdheid bij je personeel ondersteunt (sinds februari 2025) en dat je kenbaar maakt wanneer iemand met AI te maken heeft (vanaf augustus 2026). Vanaf augustus 2027 krijgen leerlingen er bovendien via de kerndoelen recht op (SLO, 2026). Die keuzes moet je ergens vastleggen.
Een tweede reden is dat leveranciers anders voor je beslissen. AI-functies verschijnen in leermiddelen, leerlingvolgsystemen, Office-pakketten en mailprogramma’s zonder dat iemand op school daar een besluit over neemt. Zo krijgt AI invloed op feedback, toetsing, leerlingbegeleiding, communicatie, inkoop en administratie, ook als je wellicht helemaal geen gebruik van AI wilt maken. Zonder beleid krijg je daar geen grip op (Kennisnet, 2025b).
Ten derde vraagt je team erom. Docenten geven in grote getale aan dat het beleid van hun school onduidelijk is (Barrett & Pack, 2023; Renz et al., 2024). Ten slotte werkt het ontbreken van beleid kansenongelijkheid in de hand. Als de ene docent AI verbiedt en de andere het aanmoedigt, hangt het van toeval af wat een leerling over AI leert en wat de gevolgen zijn als AI het leren in de weg zit.
Uiteindelijk is beleid maken vooral nodig om samen te leren beslissen over AI. AI verschijnt op steeds meer plekken tegelijk. Er komt een nieuwe functie in het leerlingvolgsysteem, een sectie wil een tool uitproberen, een leverancier zet AI in de methode. Een school neemt daarom niet één keer een besluit over AI. De kennis die je voor zulke besluiten nodig hebt, ligt bovendien verspreid over de school. Het beleid moet er dus vooral voor zorgen dat er bij bepaalde AI-keuzes op het juiste moment de juiste kennis, verantwoordelijkheid en twijfel aan tafel zitten. Zo kan de school besluiten, leren, bijstellen en ook stoppen met een tool of een afspraak die niet werkt. Dat is wat we bedoelen met samen leren beslissen over AI.
Deze gids laat zien wat er in een beleidsdocument hoort, wat de wet verplicht, wat je vandaag al kunt beslissen aan de hand van je schoolvisie en wat meer tijd kost omdat het om gedragsverandering vraagt.
Wil je weten waar jouw school staat met AI? Doe de gratis AI-quickscan en krijg binnen acht minuten zicht op je visie, je beleid, je infrastructuur en het gebruik in de klas. Bekijk daarna ons volledige aanbod voor opleidingen, workshops en advies op maat.
Start de AI-quickscanWat er in AI-beleid hoort, en waarom
Kennisnet ontwikkelde een voorbeelddocument AI-beleid dat je mag overnemen en aanpassen (Kennisnet, 2025a). Het laat zien welke onderdelen een school in ieder geval nodig heeft, samengevat in de tabel hieronder.
| Onderdeel | Wat je erin vastlegt |
|---|---|
| Inleiding | Waarom je dit beleid maakt en hoe het zich verhoudt tot je ICT-beleidsplan |
| Visie op onderwijs en ICT | Je visie op goed onderwijs en op de rol van technologie daarin |
| Visie op AI | Hoeveel ruimte je AI geeft, afgeleid uit die twee visies |
| Principes | De uitgangspunten waarmee je die ruimte afbakent |
| Schoolafspraken | Wat het team concreet heeft afgesproken, ook over toetsen, werkstukken en opdrachten |
| Randvoorwaarden | Wet- en regelgeving, deskundigheid, toegestane toepassingen en infrastructuur |
| Rollen en verantwoordelijkheden | Wie kaders stelt, wie goedkeurt, wie ondersteunt en wie in de klas beslist |
| Plan van aanpak | Per doel de acties, de verantwoordelijke en de deadline |
| Evaluatie en herziening | Wanneer je het beleid tegen het licht houdt en wie daarbij zit |
| Vaststelling en versiebeheer | Wie het vaststelt, welke versie geldt en hoe vertrouwelijk het document is |
Begin bij je schoolvisie. Scholen die dat overslaan, voeren bij elke nieuwe tool dezelfde discussie opnieuw, omdat er geen logisch fundament is om de tool aan te toetsen. Uit je visie volgen uitgangspunten, in het document van Kennisnet ‘principes’ genoemd (wat uiteenlopende visies met je beleid doen, lees je in deze blog). Kennisnet heeft er een aantal klaarliggen die je goed kunt overnemen, omdat ze bij vrijwel alle schoolvisies aansluiten. Denk aan ‘Zet de mens centraal’ en ‘Geef duidelijk aan wanneer en hoe generatieve AI mag worden gebruikt’ (Kennisnet, 2025c).
Pas wel op dat je beleid niet alleen grenzen bevat. Een eerste versie begint meestal bij een ‘kader’ en wat niet mag (Saravanan et al., 2026). Schrijf daarom even concreet op wat je met AI wilt bereiken. Bijvoorbeeld dat docenten tijd terugkrijgen op nakijken en lesvoorbereiding, of dat leerlingen leren om AI-uitkomsten te wegen. Zulke doelen kunnen voortkomen uit je visie, ze zetten aan tot actie en je kunt er op evalueren.
Het document van Kennisnet is de basis. De Overheidsbrede handreiking generatieve AI vult die aan met een risicoanalyse per toepassing en met denkkaders voor het inkopen en instellen van AI-tools (EDUprompt, 2025).
Alles opschrijven is het makkelijke deel. Het lastige is dat het beleid terugkomt in het dagelijks handelen, en dat kost tijd. Daarom werkt deze gids met drie stadia.
Beleid in drie stadia opstellen
Dat maar weinig scholen AI-beleid hebben, komt waarschijnlijk (los van de drukte) doordat ze alles in één keer goed willen doen. Dat hoeft niet. Een deel van de onderwerpen is urgent, vooral omdat docenten dagelijks al vastlopen met het AI-gebruik van leerlingen en omdat wetgeving hier om vraagt. Sommige besluiten kun je ook snel nemen, omdat ze logisch volgen uit je schoolvisie. Andere besluiten raken de manier waarop mensen werken, en die kosten tijd. Zo kom je op drie stadia.
Een school die alles tegelijk wil oplossen, laat de wettelijk verplichte onderdelen wachten op een discussie over toetscultuur die maanden duurt. Een school die de stadia uit elkaar houdt, rondt de eerste twee delen snel af zodat iedereen doorkan, terwijl het derde nog loopt.
Stadium 1, wat de wet van je vraagt
Zes regelingen raken je AI-beleid en we zetten ze hier overzichtelijk op een rijtje. Aan het eind van dit hoofdstuk staat wat eruit volgt voor je beleidsdocument.
| Regeling | Waar het over gaat |
|---|---|
| 1. AVG | Wat je met persoonsgegevens van leerlingen en medewerkers mag doen |
| 2. AI-verordening | Welke eisen gelden per AI-systeem, afhankelijk van het risico |
| 3. Kerndoelen digitale geletterdheid | Wat leerlingen over AI moeten leren |
| 4. Wet medezeggenschap op scholen | Waarvoor je instemming van de medezeggenschapsraad nodig hebt |
| 5. Auteurswet | Wat je met beschermd materiaal mag doen in en uit een AI-tool |
| 6. Normenkader IBP funderend onderwijs | Welke beveiligingsmaatregelen je sectorbreed hoort te treffen |
De AVG
De AVG geldt sinds 2018 en verandert niet door AI. De bekende principes, zoals doelbinding, dataminimalisatie en transparantie, gelden dus ook zodra er persoonsgegevens in een AI-systeem terechtkomen.
Voor je beleid volgen hieruit een paar afspraken (Rijksoverheid, 2024). Ga per AI-toepassing eerst na of er persoonsgegevens in gaan. Zo ja, dan bepaalt je bestuur of functionaris gegevensbescherming of een DPIA nodig is, een beoordeling van de risico’s voor de betrokkenen. Zorg dat er een verwerkersovereenkomst is getekend voordat een tool in gebruik gaat. Leg vast hoe belanghebbenden hun rechten op inzage, bezwaar, wissen en beperking uitoefenen, dat een besluit over een leerling nooit volledig automatisch tot stand komt, en wat er gebeurt bij een datalek.
De AI-verordening
Waar de AVG over persoonsgegevens gaat, gaat de AI-verordening (officieel, de EU AI Act) over het systeem zelf en over wie het gebruikt. De verordening deelt AI-toepassingen in naar het risico voor gezondheid, veiligheid en grondrechten (Europese Unie, 2024). Hoe hoger dat risico, hoe zwaarder de eisen. Een docent die met AI een oefentoets maakt, valt onder beperkt risico en hoeft alleen transparant te zijn. Wordt diezelfde toets door AI nagekeken en het cijfer klakkeloos overgenomen, dan is het hoog risico, omdat een beoordeling met gevolgen niet zonder menselijk toezicht aan een systeem mag worden overgelaten. Je kunt niet van docenten verwachten dat ze de hele verordening kennen, laat staan lezen (het is een lijvig document). In onze e-learning kun je oefenen met de belangrijkste onderdelen.
In onze e-learning Bouw aan een sterke AI-geletterdheid oefen je met de belangrijkste onderdelen van de AI-verordening, zodat je niet de hele wet hoeft door te ploegen.
Om scholen te helpen bepalen of een specifiek systeem in de zwaarste categorie valt heeft SIVON met Kennisnet een toetsingskader AI voor het funderend onderwijs opgesteld, waarin je vier stappen doorloopt (SIVON & Kennisnet, 2026). Eerst of het volgens de wet een AI-systeem is. Dan of het onder de verboden toepassingen valt. Dan of het hoog risico is. En zo ja, of er een uitzondering geldt, bijvoorbeeld omdat het systeem alleen een beperkte procedurele taak uitvoert.
Belangrijk is hier om er bewust van te zijn dat wanneer collega’s met AI zelf tools maken, de rol van de school kan verschuiven van gebruiksverantwoordelijke naar aanbieder, met alle verplichtingen van dien (van conformiteitsbeoordeling tot registratie in de EU-databank). Een school gebruikt bijna altijd een systeem dat een leverancier heeft gemaakt en is dan gebruiksverantwoordelijke (Kennisnet, 2026). Dat verandert alleen als twee dingen samenvallen. De school of een docent wijzigt een bestaand AI-systeem wezenlijk of zet het in buiten het doel waarvoor de leverancier het heeft gemaakt, én dat nieuwe gebruik is een hoog-risicotoepassing (SIVON & Kennisnet, 2026).
Hoog risico geldt in het onderwijs voor systemen die worden ingezet voor toelating of plaatsing, het beoordelen van leerresultaten of het sturen van het leerproces, het bepalen van het onderwijsniveau, of het bewaken van leerlingen tijdens toetsen. AI die meebeslist over personeel valt er ook onder (Europese Unie, 2024). Gewoon gebruik van een systeem zoals de leverancier het bedoelt maakt de school geen aanbieder, ook niet als dat systeem zelf hoog risico is.
De kerndoelen digitale geletterdheid
De kerndoelen digitale geletterdheid van SLO gaan in op 1 augustus 2027 (SLO, 2026). De inspectie handhaaft er vier jaar later op, omdat dit onderdeel tijd kost om goed te organiseren. AI-geletterdheid heeft daarmee twee kanten die je uit elkaar moet houden. Bij je personeel is het een inspanningsverplichting uit de AI-verordening (Europese Unie, 2026), bij je leerlingen moet het in het curriculum, met een inspectiekader eronder. Dat is wat ons betreft de omgekeerde volgorde, want wie AI-geletterde leerlingen wil, moet beginnen bij leraren die het kunnen aanleren.
De drie overige regels
De Auteurswet staat toe dat je voor je les een klein deel van een beschermd werk kopieert, als richtlijn tien procent met een maximum van tien pagina’s, en je school betaalt daarvoor via een afkoopregeling (Kennisnet, 2021). Een hele lesmethode of hele hoofdstukken in een AI-tool zetten valt daarbuiten, en bij een publieke tool geef je het materiaal bovendien aan een derde partij die het kan hergebruiken (Kennisnet, 2024). Of AI-bedrijven zelf schoolboeken mogen gebruiken om hun modellen te trainen, ligt op dit moment bij de rechter, in zaken van educatieve uitgevers tegen Meta, Google en OpenAI. Voor je school verandert dat niets aan de regel voor invoer. Spreek daarom af dat beschermd materiaal alleen in tools gaat die de school heeft goedgekeurd en die de invoer niet hergebruiken, en dan alleen het deel dat je voor je les nodig hebt. Het Normenkader IBP funderend onderwijs regelt je informatiebeveiliging in het algemeen, dus ook zonder AI. Beide horen thuis bij je ICT- en IBP-beleid, waar je AI-beleid naar verwijst.
De Wet medezeggenschap op scholen heeft direct invloed op je planning. Gaat je beleid over persoonsgegevens van personeel, of over middelen waarmee je kunt zien wat medewerkers doen, dan moet de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad ermee instemmen. Voor gegevens van ouders en leerlingen geldt hetzelfde voor de ouder- en de leerlinggeleding. Vrijwel elk AI-beleid raakt hieraan. Je kunt het dus pas vaststellen nadat de raad heeft ingestemd.
Wat hiervan in je beleid komt
We somden zes verplichtingen op. Uit de AI-verordening komen er drie en uit de kerndoelen één, samen de vier verplichtingen hieronder. De andere regelingen hebben geen datum. De AVG geldt bij elke toepassing, de Wet medezeggenschap bepaalt hoe je het beleid vaststelt, en de Auteurswet en het normenkader regel je in je ICT- en IBP-beleid.
Over deze onderdelen valt inhoudelijk niets te kiezen, dus je schrijft ze op zoals ze zijn, verdeeld over de hoofdstukken van het voorbeelddocument. Verboden gebruik, persoonsgegevens en menselijk toezicht horen bij Schoolafspraken en Randvoorwaarden, de instemming van de medezeggenschapsraad bij Vaststelling. Twee verplichtingen vragen meer dan opschrijven. De professionalisering van je personeel en de kerndoelen voor leerlingen leg je hier vast als verplichting, met wie ervoor verantwoordelijk is. De uitwerking kost tijd en komt terug in stadium 3.
Stadium 2, wat je snel kunt beslissen aan de hand van de visie
Alles wat de wet openlaat, is een keuze van je school, en keuzes maak je makkelijker met de schoolvisie in de hand. Begin met in kaart brengen wat er al gebeurt, want je kunt geen tool goedkeuren waarvan je niet weet dat hij in gebruik is. Vraag medewerkers en leerlingen anoniem waarvoor zij AI gebruiken, en vraag ook welke tools op school AI-functies hebben gekregen van de leverancier (Kennisnet, 2025b). Die anonimiteit is belangrijk. Zodra iemand vermoedt dat een antwoord herleidbaar is naar fraude of functioneren, krijg je sociaal wenselijke antwoorden. Wij hebben workshops gegeven waar medewerkers na afloop met het zweet op het voorhoofd naar ons toekwamen, omdat ze beseften dat ze zich niet aan de regels hadden gehouden.
Bespreek daarna welke houding je school inneemt tegenover AI, van verbieden tot omarmen. Schoolbreed leg je alleen vast welke houdingen afvallen, en waarom. Welke van de overgebleven houdingen past, hangt af van het vak en het leerdoel, dus die keuze ligt bij de sectie en de docent. Welke houdingen er zijn en wat ze voor je beleid betekenen, lees je in deze blog en in het voorbeeld van het Grescollege verderop.
De besluiten hieronder komen uit het voorbeelddocument van Kennisnet en uit de beleidsplannen van scholen die verderop in deze gids staan. Het zijn de keuzes die vrijwel elke school moet maken. Loop ze langs en stel bij elk dezelfde vraag. Kunnen wij hier vandaag een besluit over nemen dat eenduidig uit onze visie volgt? Bij ja hoort het besluit in je eerste versie. Bij nee gaat het naar stadium 3, met een datum erbij en de naam van degene die het agendeert. Een deel van deze besluiten scherpt aan wat in stadium 1 al vastligt, dus hier leg je vast wat je school strenger of preciezer regelt dan de wet vraagt.
| Besluit | Wat je vastlegt |
|---|---|
| Doelen | Wat je met AI wilt bereiken, concreet genoeg om er over een jaar op te evalueren |
| Goedgekeurde tools | Welke systemen medewerkers en leerlingen mogen gebruiken, en wat er met de rest gebeurt |
| Accounts en omgeving | Met welk account mensen werken en of er een afgeschermde schoolomgeving komt |
| Leerlinggebruik | Wanneer AI bij een opdracht is toegestaan, in welke mate, en hoe dat zichtbaar wordt gemaakt |
| Verantwoording | Hoe een leerling zichtbaar maakt wat eigen werk is en wat AI heeft gedaan |
| Toetsvormen | Welke toetsen kwetsbaar zijn en welke afspraak daar per direct bij hoort |
| Rollen | Wie beslist over nieuwe tools, over incidenten en over uitzonderingen |
| Meldpunt | Waar iemand terechtkan die een probleem ziet, en wie het oppakt |
| Evaluatie | Wanneer je het beleid en het tooloverzicht opnieuw bekijkt |
Stadium 3, wat tijd kost
Sommige besluiten kosten maanden of worden pas duidelijk nadat geëxperimenteerd is met de onderdelen uit stadium 1 en 2.
De invloed van AI op het curriculum
De kerndoelen vragen dat leerlingen leren hoe AI werkt en hoe ze de uitkomsten kritisch beoordelen. Dat raakt vrijwel alle vakken, want overal verstoort het kritisch denken en toetsing als bewijs van leren zodra leerlingen het niet goed inzetten. Bijzondere aandacht is nodig voor informatievaardigheden, burgerschap, taal en de vakken waarin leerlingen bronnen wegen. Uiteindelijk is het ook nodig dat je je hele toetsprogramma tegen het licht houdt. Hoe AI de keten van leerdoel tot beoordeling raakt, lees je in de gevolgen van AI op toetsing. Wie detectiesoftware overweegt als tussenoplossing, doet er goed aan om te lezen waarom dit wordt afgeraden door de Nederlandse onderwijsorganisaties en waarom dat willekeur oplevert.
Voor de meeste scholen begint de herziening van het curriculum bij de vaksecties. Een sectie kan het best bepalen waar AI het vak raakt en hoe daar rekening mee gehouden moet worden in lesactiviteiten en toetsen. Laat elke sectie dat benoemen, met de kerndoelen ernaast als controle.
De professionaliseringslijn van je team
De wet verlangt nog geen certificaat AI-geletterdheid. Wij houden er rekening mee dat dit verandert. Je kunt moeilijk in het curriculum vastleggen dat leerlingen AI-geletterd moeten worden en tegelijk niets vragen van de docenten die dat moeten onderwijzen.
Ondertussen vraagt de AI-verordening wel dat je gericht werkt aan de AI-geletterdheid van je personeel. Wij adviseren te starten met een nulmeting. Er is namelijk veel variatie in de AI-geletterdheid van onderwijsprofessionals. Je ziet wie waar staat en de nulmeting verwijst mensen door naar de onderdelen die zij nog missen, in plaats van iedereen hetzelfde aan te bieden. In stadium 1 gaat het erom dat je kunt laten zien dat je iets organiseert. Hier gaat het om de leerlijn daarachter.
Voorbeelden van AI-beleid van andere scholen
Er ligt beleid van scholen en instellingen dat je kunt lezen en waarvan je kunt leren.
Voortgezet onderwijs
Bij het Emmauscollege ligt een beleidsdocument dat AI beschrijft als een nieuwe collega die je eerst leert kennen en die gewenst en ongewenst gedrag kan vertonen (Emmauscollege, 2025). In het stuk worden drie niveaus van AI-gebruik beschreven (ondersteunend, gedeeld en autonoom), waarbij autonoom gebruik zonder menselijke controle afvalt.
Het ROER College Schöndeln legt het advies bij een AI Advisory Board van leerlingen, ouders en medewerkers, en splitst het beleid op naar wie het leest, met aparte hoofdstukken voor de leerling, de leraar en de school (ROER College Schöndeln, 2024).
Het Grescollege zet zes mogelijke houdingen tegenover AI op een rij, van negeren en verbieden via omzeilen en eromheen werken tot omarmen en omdenken. De school kiest de laatste drie en legt uit waarom de andere afvallen (Grescollege, 2026). Verder staan er instrumenten in die je kunt overnemen. Een tabel waarin per onderwerp staat wat de school wel en niet doet, van lesvoorbereiding tot detectiesoftware. Drie toetstypen, waarbij AI is uitgesloten, is toegestaan met een verklaring, of juist verplicht is en wordt beoordeeld. En een rubric die de AI-geletterdheid van een leerling op vijf aspecten scoort.
Vervolgonderwijs
In het hoger onderwijs komen de onderwijs- en examenregeling en de examencommissie erbij, en moet het beleid toegespitst worden per faculteit of opleiding. Het kader van de Vrije Universiteit doet dat in tien pagina’s, met een visie, randvoorwaarden voor pilots en een overzicht van verantwoordelijkheden (Vrije Universiteit Amsterdam, 2025). Die opzet werkt ook voor een bestuur met meerdere scholen.
De handreiking van Saxion benadert hetzelfde vraagstuk vanuit de student (Saxion, 2023). De hoofdregel is dat de modulehandleiding leidend is, en dat gebruik is toegestaan wanneer daar niets over staat. Daarbij hoort een instructie voor het verantwoorden van AI-gebruik, met een APA-verwijzing naar de tool en de prompt in de tekst.
Een werkvorm voor AI-beleid die wij in de opleiding AI-beleidsregisseur gebruiken
Leg drie of vier voorbeelden van AI-beleid naast elkaar en markeer per stuk wat je goed vindt, wat je mist en wat er niet bij je school past. In een uur heb je dan de inhoudsopgave van je eigen beleid, en je ziet meteen welke besluiten je vandaag kunt nemen.
Wat zo’n werkvorm niet oplost, is de aansluiting op je eigen visie. Een document van een andere school overnemen levert een stuk op waarin je team zich niet herkent, omdat de afwegingen van iemand anders zijn. In de opleiding tot AI-Onderwijs- en Beleidsregisseur doorlopen deelnemers daarom het hele traject met hun eigen school als casus. Ze werken daarbij met vijf succesfactoren die beschrijven wat je in elke fase doet en hoe je je team meeneemt, van begrip tot evaluatie. Het einddoel is een gedragen AI-beleid dat je terugziet in het gedrag van collega’s en leerlingen.
In de opleiding tot AI-Onderwijs- en Beleidsregisseur werk je dit hele traject uit met je eigen school als casus, met de vijf succesfactoren als leidraad.
Van beleid naar gedrag
Uiteindelijk wil je dat je visie op AI, de structuur van afspraken en systemen waarin die visie is vastgelegd, en het gedrag op de werkvloer op elkaar aansluiten. Lopen die uiteen, dan wint de bestaande cultuur en wordt het document een papieren tijger. Hoe je van afspraken naar dagelijks gedrag komt, werken we uit in een blog over AI-implementatie als gedragsvraagstuk, die binnenkort op deze site verschijnt.
Samen leren beslissen begint bij de groep die aan het beleid werkt, dus ruim voor de presentatie. Houd die groep klein maar breed, met schoolleiding, ICT, privacy, een paar docenten, iemand uit de ondersteuning en een leerling. In het vervolgonderwijs komen daar de examencommissie en kwaliteitszorg bij. Wie meeschrijft, verdedigt het later ook.
Zo zit de kennis die over de school verspreid ligt bij elk besluit aan tafel. Leg vast wie waarover meebeslist voordat de eerste vraag zich aandient.
Klaar om hier met je team mee te beginnen? Plan een vrijblijvende inspiratiesessie op locatie, dan verkennen we samen waar jullie school staat.
Op de hoogte blijven?
Wil je vaker praktische artikelen lezen over AI-beleid en AI in het onderwijs? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.
Wat doen wij met jouw gegevens? Lees onze voorwaarden.
Bronnen
Barrett, A., & Pack, A. (2023). Not quite eye to A.I.: Student and teacher perspectives on the use of generative artificial intelligence in the writing process. International Journal of Educational Technology in Higher Education, 20(1), 59.
EDUprompt. (2025). Handreiking voor scholen. Verantwoorde inzet van generatieve AI in het onderwijs (v1.04.2025), gebaseerd op de Overheidsbrede handreiking Generatieve AI.
Emmauscollege. (2025). Handboek AI. AI als nieuwe collega.
Europese Unie. (2024). Verordening (EU) 2024/1689 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie. Publicatieblad van de Europese Unie.
Europese Unie. (2026). Verordening (EU) 2026/1744 tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1689. Publicatieblad van de Europese Unie, 24 juli 2026.
Grescollege. (2026). Beleidsplan Artificial Intelligence. Vastgesteld met instemming van de medezeggenschapsraad, 11 juni 2026.
Kennisnet. (2021). Onderwijs en auteursrecht, wat mogen scholen wel en niet?
Kennisnet. (2024). Schaduw-ict in de school. De IBP-uitdagingen van ChatGPT.
Kennisnet. (2025a). AI-beleid ontwikkelen op school, met het Voorbeelddocument AI-beleid.
Kennisnet. (2025b). Het gebruik van AI op school in kaart brengen.
Kennisnet. (2025c). Schoolafspraken over het gebruik van generatieve AI.
Kennisnet. (2026). AI-verordening. Wat de rol van gebruiksverantwoordelijke voor scholen betekent.
Kennisnet, PO-Raad & VO-raad. (2025). Monitor Digitalisering Onderwijs 2025.
Melanchthon. (2026). AI-beleid, voorstel. Intern document, gebruikt als voorbeeldmateriaal in de opleiding AI-Onderwijs- en Beleidsregisseur.
Renz, A., Riedel, R., & Hilbig, R. (2024). Faculty perspectives on generative AI in higher education. Education and Information Technologies.
Rijksoverheid. (2024). Overheidsbrede handreiking Generatieve AI.
Saravanan, S., Chan, S. C. C., & Rashid, M. A. (2026). Artificial intelligence in health professions education publishing. A content analysis of journal and publisher guidance. Medical Teacher. https://doi.org/10.1080/0142159X.2026.2712427
ROER College Schöndeln. (2024). Beleid Artificial Intelligence. Advies van de AI Advisory Board aan de directie en de medezeggenschapsraad.
Saxion. (2023). Handreiking AI/ChatGPT voor studenten.
SIVON & Kennisnet. (2026). Toetsingskader AI funderend onderwijs, versie 1.0.
SLO. (2026). Kerndoelen burgerschap en digitale geletterdheid.
Vrije Universiteit Amsterdam. (2025). Kader voor generatieve AI in het onderwijs.
Wet medezeggenschap op scholen, artikelen 12, 13 en 14.
Verantwoording gebruik AI tools
Het 'AI influence level' van dit artikel is 2:
- Bij het schrijven van deze blog is gebruik gemaakt van Claude (Anthropic) voor het structureren van bronnen en het genereren van een eerste concept





